Aandachtsproblemen

ADHD is een DSM-V classificatie - in het Nederlands: Aandachtsdeficiëntie-hyperactiviteitsstoornis, in het Engels: Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Vormen van ADHD worden 'neurobiologische ontwikkelingsstoornis' genoemd, omdat ze de ontwikkeling belemmeren of beter: frustreren - ze hebben een erfelijke component, zodat sommige symptomen bijgevolg al in de (vroege) kinderleeftijd merkbaar zijn. De 'afwijking in het functioneren van de hersenen' lijkt te kunnen worden vergeleken - elke vergelijking gaat, zoals u weet, wel ergens mank - met een te krap afgestelde carburateur of regulateur van neurotransmitters, die als 'boodschapperstofjes' een soort brandstof voor de informatieverwerking lijken. Een "brandstoftekort" wordt met name duidelijk wanneer er meer inspanning van de motor wordt gevraagd (bijv. bij rekentaken) en de gevraagde prestatie niet voldoende blijkt te kunnen worden geleverd. Stimulatie van de aanmaak ervan blijkt wetenschappelijk aantoonbaar verantwoord effectief. Individuele gevoeligheid voor 'hulpstoffen' kan niettemin maken dat eventuele farmacotherapie dient te worden bijgesteld of gestaakt. Er worden drie beelden onderscheiden (voorheen 'typen' genoemd):

1. Overwegend onoplettend beeld - ook wel afgekort met ADD (wordt regelmatig onvoldoende onderkend)
2. Overwegend hyperactief-impulsief beeld
3. Gecombineerd beeld (van 1 en 2)

Hiernaast worden twee restgroepen onderscheiden:
- een bestaande uit onvoldoende symptomen van een van de 3 beelden, 'Andere gespecificeerde ADHD met onvoldoende ...symptomen' genaamd, en
- 'Ongespecificeerde aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis'

De ernst van de symptomen kan met 'licht', 'matig' of 'ernstig' worden aangeduid. De diagnosticus dient alternatieve verklaringen voor de symptomen te onderzoeken en, zo mogelijk, uit te sluiten.
 

Hoe herkent men dit gedrag?

Aandachtsproblemen: deze leerlingen hebben meer dan gemiddeld moeite om:

  • Aan het werk te gaan en te blijven;
  • Aanwijzingen op te volgen;
  • Hun werk te organiseren en af te maken;
  • De hoofd- van de bijzaken te onderscheiden;
  • Zich te herinneren wat ze van plan waren;
  • Zich te herinneren waar ze hun spullen laten;
  • Prikkels van buiten te negeren;
  • Vlot te reproduceren wat ze hebben geleerd (terwijl ze het wel weten);
  • Hun aandacht te richten en vast te houden.

Hyperactiviteit-impulsiviteit: deze leerlingen hebben meer dan gemiddeld moeite om:

  • Handen en voeten stil te houden, rustig op een stoel te zitten;
  • Op de plaats in de klas te blijven zitten; ze staan zomaar op;
  • Op hun beurt te wachten.

Wat doen deze leerlingen wel?

  • Zijn voortdurend in de weer en draven maar door;
  • Praten aan één stuk;
  • Zijn rusteloos;
  • Houden zich tijdens de les bezig met andere zaken: krassen, pennen demonteren, praten met buren etc.;
  • Gooien het antwoord er al uit voordat de vraag is afgemaakt;
  • Verstoren bezigheden van anderen of dringen zich op;
  • Buiten de klas: maken van fysiek contact, doen van ‘gevaarlijke’ dingen voor zichzelf en anderen.

Wil je interessante informatie over AD(H)D: klik hier