Geheugenproblemen

Er is een onderscheid tussen kinderen met geheugenproblemen en kinderen met inprentingproblemen. Het geheugen heeft te maken met de capaciteit van iemand om dingen te kunnen onthouden. Van inprenting spreken we als het gaat om de manier (strategie) die gebruikt wordt om dingen te onthouden, het eigenlijke leren.

Van geheugenproblemen spreken we als kinderen een te beperkte capaciteit hebben; ze kunnen te weinig gegevens opslaan en zijn vaak meteen vergeten wat ze gehoord hebben. Van inprentingsproblemen spreken we als er wel een goede geheugencapaciteit is, maar kinderen weinig of geen strategieën hebben over de manier waarop ze informatie op moeten slaan. Dit onderscheid is van groot belang en onderzoek moet uitwijzen waar een kind mee te maken heeft.

Vaak zijn geheugen- en inprentingsproblemen het gevolg of onderdeel van een stoornis (bijvoorbeeld dyslexie). Het stellen van een goede diagnose en het hierin plaatsen van de geheugenproblemen vraagt om gericht onderzoek. Ook in de begeleiding dient aparte aandacht te zijn voor de geheugenproblematiek. De capaciteit van het geheugen kan niet uitgebreid worden, maar kinderen kunnen wel betere strategieën (handigheidjes) aangereikt krijgen. Hoe kan je handig informatie onthouden? De aan te leren strategieën moeten goed aansluiten bij de capaciteiten van een kind of jongere.