Dyslexieonderzoek

Wij hebben met de gemeenten Emmen, Coevorden en Borger-Odoorn contracten op basis waarvan wij  onderzoek en behandeling van dyslexie kunnen doen c.q. geven - we voldoen aan de belangrijkste voorwaarden op het gebied van scholing (opname in het Deskundigenbestand Dyslexie NVO/NIP) en ervaring, werken multidisciplinair en volgens de richtlijnen van het protocol dyslexie. We zijn lid van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (www.nkd.nl) en hebben het NKD Keurmerk Dyslexie toegekend gekregen. Het NKD is de voortzetting per 1-1-2017 van het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) en het Kwaliteitsinstituut Dyslexie (KD). De school van uw kind kan het desgewenst bij ons aanmelden voor onderzoek of behandeling van enkelvoudige dyslexie. (Bij een vermoeden van complexe dyslexie is tevens een huisartsverwijzing vereist.)

De vergoeding van diagnostiek en behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie was sinds 1 januari 2009 opgenomen in het basispakket en werd tot en met 2013 stapsgewijs ingevoerd. Sinds 1-1-2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk gesteld voor de vergoeding van deze zorg. Indien hiervan sprake blijkt, kunt u aanspraak maken op kostenvergoeding voor hulpmiddelen, training en/of begeleiding. PEP-Wiersma heeft per 1-1-2017 een zorgcontract met de gemeenten Emmen, Coevorden en Borger-Odoorn. Uitsluitend kinderen die bij een van deze gemeenten staan ingeschreven kunnen bij ons, na zorgtoewijzing, voor vergoede zorg in aanmerking komen.

Als er bij een leerling naast dyslexie ook een of meer andere (leer- of ontwikkelings)stoornissen worden vermoed, bijvoorbeeld Dyscalculie, NLD, AD(H)D, ASS/PDD-NOS, is er mogelijk sprake van ‘complexe dyslexie’ en kunt u uw kind op verwijzing van een (huis)arts, jeugdarts, medisch specialist of het gemeentebureau De Toegang bij ons aanmelden. Na onderzoek en vaststelling kan het kind in aanmerking komen voor een behandeling, een rugzakje, een PGB of een andere vergoeding.

Wanneer bij complexe dyslexie de nevendiagnose door middel van medicatie goed gereguleerd is, en de factoren die het effect van een behandeling kunnen bemoeilijken of uitstellen onder controle zijn, zou de leerling alsnog in aanmerking kunnen komen voor vergoede dyslexiebehandeling, een en ander ter beoordeling van de verantwoordelijk hoofdbehandelaar.

In ons onderzoek naar de taalvaardigheid maken wij standaard gebruik van de Dyslexie Screening Test (DSTNL), een screeninginstrument voor het signaleren van mogelijke dyslexie, waarin de volgende factoren worden onderscheiden: Psycholinguïstische vaardigheid, Geheugen, Associatie en Beweging – samen vormen ze het Psycholinguïstisch Quotiënt (PLQ), dat een maat is voor die psychische processen die bij het aanleren en gebruiken van een taal essentieel zijn. De subtests die de PLQ-waarde vertegenwoordigen zijn: Plaatjes Benoemen, Letters Benoemen, Woorden Lezen, Twee Minuten Spelling, Onzinzinnen Lezen, Onzinwoorden Lezen, Eén Minuut Schrijven.

De mogelijkheid van dyslexie wordt met behulp van de volgende tests nader onderzocht:

► 3DM Differentiaal Diagnostiek van Dyslexie - Meetpretentie: onderzoek van lezen en spellen en van de
    belangrijkste cognitieve functies die hiermee samenhangen. De test bestaat uit 10 taken
    en is genormeerd voor eind Groep 3 t/m eind Groep 8 van de basisschool. De test kent de volgende taken:

  • Leestaak – doel: de bepaling van het niveau van de leesvaardigheid;
  • Spellingtaak – doel: het bepalen van kennis en verwerking van de spellingswijze van klankzuivere woorden en woorden met spellingsregels - zowel de snelheid als de accuratesse van het antwoord worden gemeten;
  • Foneem-delitie-taak – doel: het vaststellen van het niveau van spraakklankverwerking (fonologische verwerking);
  • Letter-klank-identificatietaak – doel: het meten van de snelheid en accuratesse waarmee letters en klanken herkend worden als bestaande paren in het Nederlands;
  • Letter-klank- discriminatietaak – doel: de prestatie op deze discriminatietaak vormt een index voor de associatie-sterkte van grafeem-foneemkoppelingen en daarmee van de mate waarin integratie van letters en klanken is geautomatiseerd;
  • Benoemtaak – doel: de benoemtaak bepaalt de snelheid waarmee bekende, visuele informatie wordt benoemd;
  • Geheugenspantaak klanken en syllabes – doel: de bepaling van het niveau van verwerking van het verbaal werkgeheugen;
  • Geheugenspantaak non-verbaal – doel: het taakdesign is identiek aan de verbale geheugentaken en deze taak kan als een controle dienen voor de verbale geheugenspantaken;
  • ‘Basis’ reactietijdtaak – doel: het meten van de reactiesnelheid op een simpele, niet-talige taak;
  • Cognitieve lees- en spellingindex (CLS-index) – doel: het creëren van een samenvattende score van de cognitieve lees- en spellingvaardigheden. De index is samengesteld uit de prestaties op lezen en spellen en de direct aan lezen en spellen gerelateerde cognitieve vaardigheden, te weten: fonologische verwerking, benoemen en letter-klankverwerking. [Let wel: deze CLS-index is een aanvullende overzichtsmaat, geen vervanging van het cognitieve lees- en spellingprofiel ten behoeve van de differentiaaldiagnostische analyse van lees- en spellingproblemen.];
  • Controle taken – doel: 1. het meten van de (basis)reactiesnelheid op een simpele, niet-talige taak als controle voor de reactietijden op talige taken en 2. het kind vertrouwd maken met het gebruik van de responsbox, die een belangrijk onderdeel van deze computertest is.

► Een Minuut Test- Meetpretentie: technische leesvaardigheid.
► Klepel - Meetpretentie: lezen van niet-bestaande woorden.
► PI-dictee- Meetpretentie: spellingtoets waarmee de schrijfvaardigheid wordt onderzocht.
► PI-signaleringsdictee voor brugklassen- Meetpretentie: spellingtoets waarmee de schrijfvaardigheid
    wordt onderzocht.
► 15-Woorden Test- Meetpretentie: auditief-verbale leer- en geheugentest.

Vergoeding

Ouders/verzorgers komen in aanmerking voor een vergoeding van onderzoek en behandeling als:  

  1. Het kind na een traject van intensieve extra hulp bij het leren lezen en spellen binnen de school nog steeds ernstige lees- en spellingsproblemen heeft;
  2. De school een gegrond vermoeden van ernstige dyslexie heeft en dit met een deugdelijk leerling-dossier kan onderbouwen;
  3. Het kind geen andere (leer)stoornissen heeft *;
  4. Het orthodidactisch (dyslexie)onderzoek is gestart voordat het kind in 2011 de leeftijd van 11 jaar heeft bereikt. 

    * In het geval (een vermoeden van) van andere (leer)stoornissen of ‘comorbiditeit’ (ofwel: ‘het aan meer stoornissen tegelijkertijd lijden die elkaar in min of meerdere mate beïnvloeden’) kan vergoeding van het onderzoek enkel plaatsvinden na verwijzing door een huisarts, jeugdarts of medisch specialist of door gemeentebureau De Toegang.

Als de aanmelding van een leerling door de school aan de criteria van het dyslexieprotocol voldoet, kan er diagnostisch onderzoek plaatsvinden. Dit onderzoek wordt dan door de gemeente vergoed, onafhankelijk van de uitkomst ervan.

Het is een misverstand te denken dat, wanneer er sprake is van comorbiditeit de ouders/verzorgers van het kind geen aanspraak zouden kunnen maken op kostenvergoeding voor hulpmiddelen, training en/of begeleiding (zie hieronder: punt 18).

Voor de vergoedingsregeling voor behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie in de zorg geldt onder meer:

  • ‘3. (...) Niet alle dyslectische kinderen kunnen aanspraak maken op de vergoedingsregeling voor behandeling van ernstige, enkelvoudige dyslexie in de zorg. Kinderen met ‘niet-ernstige’ dyslexie kunnen extra begeleid worden binnen de school. Zij hebben recht op hulp en faciliteiten binnen de school, zoals verlenging van tijd en gebruik van (compenserende) middelen.
  • 4. (...) Om voor vergoede dyslexiebehandeling in de zorg in aanmerking te komen dient het diagnostisch onderzoek zodanig ingericht te zijn dat een differentiaaldiagnose ten opzichte van andere leer- en ontwikkelingsstoornissen mogelijk is. Volgens de omschrijving van het Protocol is de intelligentiebepaling dus nodig om het algeheel niveau van functioneren te bepalen, en om uit te sluiten dat er sprake is van andere problematiek die de ernst van de lees- en spellingsproblemen beïnvloedt.’
  • 5. (...) De vergoedingsregeling is uitdrukkelijk bedoeld voor kinderen met ernstige, enkelvoudige dyslexie. Het is dus van belang om voor het starten van een behandeling uit te sluiten dat er sprake is van comorbiditeit. Het is de verantwoordelijkheid van de diagnosticus deze poortwachterfunctie naar eer en geweten in te vullen.
  • Op basis van de diagnose wordt een behandeling gestart, in dit kader vergoede dyslexiezorg. Als tijdens de behandeling blijkt dat de hulp niet voldoende aanslaat en dat er toch sprake blijkt te zijn van een ander diagnostisch beeld, ontstaat in feite een nieuwe situatie. Op basis van dit nieuwe diagnostische beeld zal door de professional moeten worden beoordeeld welk type behandeling vervolgens noodzakelijk is gezien de hulpvraag van dit kind.
  • (...)
  • 17. (...) De vergoedingsregeling is uitdrukkelijk bedoeld voor kinderen met ernstige, enkelvoudige dyslexie. Het is dus van belang om voor het starten van de diagnostiek het leerling-dossier goed te bekijken op mogelijke signalen van comorbiditeit. Het is de verantwoordelijkheid van de diagnosticus deze poortwachterfunctie naar eer en geweten in te vullen.
  • Wanneer tijdens de diagnostiek een vermoeden rijst van mogelijke comorbiditeit kan de onderzoeker de diagnostiek afronden, en aangeven dat er geen indicatie is voor vergoede behandeling vanwege het vermoeden van comorbiditeit, waarvoor vergoeding via andere kanalen is geregeld. De diagnostiek wordt vergoed en het geopende zorgtraject dient te worden afgesloten.
  • 18. (...) De huidige vergoedingsregeling is gebaseerd op de gedachte dat voor de groep die comorbiditeit heeft (of: een bredere problematiek) al regelingen bestaan, zoals de LGF (Leerling-gebonden Financiering of rugzak cluster 2) en tweedelijns zorgaanbieders, zoals pedologische instituten. Wanneer de ADHD goed gereguleerd is bijv. d.m.v. medicatie en de factoren die het effect van een behandeling kunnen bemoeilijken of uitstellen, onder controle zijn, zou de leerling in aanmerking kunnen komen voor vergoede dyslexiebehandeling.’

[Bron: www.psynip.nl/themadossiers/dyslexiel]

Voor meer informatie: www.steunpuntdyslexie.nl of www.masterplandyslexie.nl. Neemt u bij twijfel over vergoeding contact op met uw gemeente.

Lees meer onder: ‘Dyslexiebehandeling’ en Dyslexie de baas!